Hoofdstuk 9 - Door de mazen van het net

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

ĎDILEMMAí, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVENíS HEAVEN.

"Ik ken geen Sjoerd."

Veldman had het aanbod van Walstra om te gaan zitten genegeerd en keek de inspecteur uitdagend aan. "Als dit alles was wat je mij nog had te vragen, zou ik je nu willen verzoeken om....."

"Om wat?", onderbrak Walstra hard. "Om de Moulin Rouge binnen te vallen? Om uit te gaan zoeken in hoeverre het daar aanwezige personeel legaal aan het werk is?"

Veldman toonde een minzaam lachje. "Als jij denkt dat dat noodzakelijk is, dan ga je je gang toch."

Walstra verbeet zín ergernis. Het dreigement had zín doel gemist, besefte hij. Blijkbaar had Veldman zín maatregelen na de moord op Christina Janovick al genomen. Hij dacht koortsachtig na. Er was niets dat een tijdelijke inhechtenisneming kon rechtvaardigen. Er restte hem dan ook niets anders dan de aannemer te laten gaan.

"Goed, heer Veldman", zei hij, terwijl hij naar de deur van zijn kantoor wees. "U kunt vertrekken."

Veldman lachte fijntjes. Walstra negeerde zijn uitgestoken hand en draaide zich om. Nadat hij de deur in het slot had horen vallen, ging de telefoon. Walstra vloekte hartgrondig en verwenste zijn politiebestaan. Daarna nam hij geŽrgerd de hoorn van de haak.

"Ja?"

"Ben jij dat, schat?"

"Cindy, verdomme, niet op mín werk had ik gezegd."

"Jij valt me toch ook lastig op mín werk."

"Lastig?"

"Nou ja, prettig lastig, maar...."

"Wat is er?"

"Wanneer zie ik je weer?"

"Waarschijnlijk nooit."

Er volgde een korte stilte, waarna Walstra een snik meende te horen. Hij verweet zichzelf haar aanbod om na sluitingstijd met haar mee te gaan niet te hebben afgeslagen. Hij hoefde weliswaar tegenover niemand verantwoording af te leggen, maar toch.....

"Van Dongen."

Verwonderd keek hij naar het spreekgedeelte van de hoorn.

"Wat, Van Dongen?"

"Zo heette de man die naar Christina informeerde. Sjoerd van Dongen."

Walstra hapte naar adem. "Waar ben je?"

"Waar zou ik zijn?"

"Thuis?"

"Thuis ja, ik lig op bed, ik..."

"Blijf daar!", snauwde hij. "Ik ben binnen vijf minuten bij je."

"Kleed je aan!" Cindy stond zuchtend op en trok de kamerjas over haar naakte lichaam.

"Wat doe je opgefokt. Wat is er in godsnaam?"

"Ik wil met je praten."

"Waarover?"

"Sjoerd van Dongen."

"Je vriend?" Walstra aarzelde. "Mín vriend, ja. Ik heb hem al een tijd niet gezien, ik maak me zorgen over hem."

Cindy keek hem vragend aan. Ze trok de ceintuur om haar kamerjas heen en ging zitten. "Ik weet niets van die man", zei ze mat. Walstra hoorde haar teleurstelling. "Hoe wist je zo plotseling dat hij Van Dongen heette?"

"Dat kwam door jou. Ik dacht aan je. Aan onze nacht. Aan ons gesprek in de Moulin Rouge en plotseling herinnerde ik het me. Een man sprak hem aan. Ik geloof dat het een bekende van hem was. "Hť, Van Dongen", zei die man. "Jij ook hier?"

"Wie was die man?"

Cindy schudde haar hoofd. "Sorry", zei ze. "Het is een vaste klant van me."

Walstra keek haar kalm aan. "Ik verzeker je dat jouw vaste klant hier geen last mee krijgt", zei hij langzaam. Cindy stond aarzelend op. "Goed dan", zei ze. "Ik vertrouw je." Ze verdween door een deur naar een naastgelegen vertrek en kwam even later terug met een briefje. "Dit is zijn 06-nummer", zei ze. "Hij heet Henk. Henk Langeveld."

HelŤne en Sjoerd lagen uitgeteld in bed. HelŤne trok plagerig aan het borsthaar van haar man. "Vergeef je het me?", vroeg ze zacht. Hij knikte. Het was alweer maanden geleden, dat ze zo intens hadden gevreeŽn. Alsof ze jaren in hadden moeten halen. Ze had alles opgebiecht. Alles! Sjoerd was zich lam geschrokken. Hoe had ze in godsnaam zover kunnen gaan? "Heb je dan helemaal geen schaamtegevoel?", had hij haar toegeschreeuwd. Toen waren over en weer de verwijten gekomen. Hij had haar geslagen. Zij had zijn kleding stuk getrokken. Tot ze beiden jankend op de vloer waren beland. Daarna was het keerpunt gekomen. Ze hadden elkaars tranen gedroogd en hun leven weer op de rails gepraat. Ze wilden hoe dan ook verder met elkaar. Urenlang hadden ze erover gesproken. Er mocht niets meer fout gaan, er zou niets meer fout gaan. Hun toekomst en die van hun kinderen stond immers op het spel. Eerst wilde hij onmiddellijk naar de politie gaan om ze alles te vertellen. Maar ze had hem ervan kunnen overtuigen daar nog even mee te wachten. Er moest een andere oplossing zijn. Een definitieve. Eerst had hij hevig tegen haar plan geprotesteerd. Maar later, nadat ze haar bedoelingen had uitgelegd, was hij overstag gegaan.