Hoofdstuk 8 - Steeds dieper in de nesten

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Helène van Dongen keek haar man onderzoekend aan. Hij zag zo grauw als een vaatdoek en leek in één dag tien jaar ouder te zijn geworden. Al vanaf z’n binnenkomst had hij zowat geen stom woord gezegd. Nu zat hij als een zombie, met de afstandsbediening in zijn hand, naar de tv te staren, alsof de wereld om hem heen niet meer bestond. Ze had gehoopt dat het over was, dat de problemen waren opgelost. Maar niets leek minder waar. Vanaf het moment dat hij zo plotseling had ingestemd met de bouw van de serre achter hun huis, haar hartenwens, had ze haar bedenkingen gehad. De tienduizend euro die ze hadden geleend, kon onmogelijk toereikend zijn voor zo’n luxe aanbouw. Dat geld hadden ze zowat alleen al nodig gehad voor de inrichting. Toen ze hem daar vragen over stelde, had hij daar steeds ontwijkende antwoorden op gegeven. Ze had het zo gelaten, in de overtuiging dat hij wel zou weten waar hij mee bezig was.

Maar later kwamen haar twijfels. Sjoerd was zich steeds vreemder gaan gedragen. Sjoerd was al lange tijd haar Sjoerd niet meer. Hij droeg een last met zich mee die te zwaar voor hem was geworden. Een last waar hij vroeg of laat onder zou bezwijken. Ze voelde zich daar medeschuldig over. Tenslotte was het haar hang naar luxe die hem zover had gebracht. Als zij niet zo had doorgedramd over die serre, had hij zich nooit zo in de nesten hoeven werken. Want dat hij in de nesten zat, wist ze al langer. Ze had gehoopt, dat het over zou gaan. Maar blijkbaar was dat ijdele hoop geweest. Toch wilde ze het niet opgeven. Ze wilde niet dat haar kinderen, net als zij, op zouden groeien zonder vader.

"Wil je nog koffie, Sjoerd?" Hij knikte, zonder zijn blik van het scherm af te wenden. Triviant was bezig, gepresenteerd door Mireille Bekooij. Hij hield helemaal niet van spelletjes, wist ze, en al helemaal niet van Mireille Bekooij.

"Hoe was je dag, Sjoerd?", vroeg ze, nadat ze de koffie had neergezet. Z’n schouders gingen traag omhoog. "Druk", zei hij.

"Ben je nog met Sander mee de klas in gegaan?"

"Ja."

"Heeft hij je z’n tekeningen nog laten zien?"

Hij dronk van z’n koffie en knikte.

"Hoe vond je ze?"

"Mooi", zei hij. "Ik vond ze mooi."

Ze merkte dat ze geïrriteerd begon te raken over zijn passieve houding. Alsof ze tegen een pop stond aan te kletsen.

"Je hebt helemaal nog niet naar Martine gevraagd", zei ze venijnig.

"Oh ja", zei hij. "Hoe is het met haar?"

"Ik denk dat ze morgen wel weer naar school kan."

"Dat is mooi." Hij zette het geluid van de televisie harder en dronk z’n koffie op.

"Denk je nog wel eens aan Christina?"

Als door een wesp gestoken, draaide hij zich plotseling om. Z’n lege kopje kletterde op de wit plavuizen vloer aan diggelen. Hij keek haar verwilderd aan. "Hoe, hoe weet jij dat....?"

Ze had hem niet uit laten praten, maar was opgestaan om stoffer en blik te halen. Nadat ze de scherven had opgeveegd, keek ze hem woedend aan. "Porselein!", zei ze hard. "Omdat ik de naam van dat teringwijf heb laten vallen, heb jij een van onze duurste porseleinen kopjes op de grond laten kletteren. Idioot!"

"Maar...."

"Niks geen gemaar!", onderbrak ze fel. "Vergeet die hoer. Voor jou is ze dood. Morsdood! Heb je dat goed begrepen?"

Sjoerd van Dongen boog z’n hoofd. Hij pakte de afstandsbediening en nam afscheid van Mireille Bekooij. Hij begreep dat het zinloos zou zijn om Helène nog langer voor de gek te houden. Ze wist al veel meer dan hem lief was. Hij had haar onderschat, besefte hij. Het was naïef van hem geweest om haar te laten geloven, dat er voor tienduizend euro een serre gebouwd kon worden. Hij brak z’n hoofd over de vraag wat zij kon weten over Christina. Wat kon hij haar vertellen? Wat wist ze? Hij wist zeker dat hij Christina’s naam nooit had laten vallen. Was ze hem gevolgd? Was ze zijn gangen nagegaan? Misschien waren er bekenden in de Moulin Rouge geweest die hem hadden herkend, die hun mond voorbij hadden gepraat. Toen, plotseling, als door een mokerslag getroffen, drong het tot hem door. Er was maar één man die daartoe in staat kon zijn. Eén man die hem een loer wilde draaien, omdat hij had geweigerd de nieuwste vinex-locaties te noemen.

Hij keek Helène onderzoekend aan. "Wat heeft Veldman jou wijsgemaakt?", vroeg hij voorzichtig.

"Veldman?", vroeg ze verward. "Wie is Veldman?"