Hoofdstuk 7 - Cindy van de Moulin Rouge

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Moulin Rouge, stond er in rode neonletters geschreven. De privé-club lag ver buiten het centrum in een stadsdeel, dat op de nominatie stond om grondig te worden gerenoveerd. Het lag er verlaten bij. Onderzoek had inspecteur Walstra duidelijk gemaakt, dat veel leegstaande panden in deze wijk eigendom waren van aannemer en projectontwikkelaar Veldman. Zo ook de Moulin Rouge. Walstra stapte aarzelend naar binnen.

Hij werd verwelkomd door een potige veertiger met een kaalgeschoren hoofd. De tatoeages op zijn bovenarmen verraadden zijn zeemansverleden: een zeemeermin, geflankeerd door twee ankers.

Walstra toonde z’n legitimatie en vroeg de man om hem de verdere avond met rust te laten. De man knikte onwillig. "Alle vergunningen zijn in orde, ik begrijp niet...."

"Ik vraag jou niet of je het wilt begrijpen", zei Walstra vriendelijk. "Ik vraag alleen of je mij met rust wilt laten." Hij negeerde de onnozele blik van de portier en liep naar binnen. Zoals hij gehoopt had, was het druk. Vrijdagavond, begin van de maand. Met toegeknepen ogen probeerde hij in het diffuse licht de ruimte te verkennen. Het podium bevond zich tegenover de bar. Een vrouw van halverwege de dertig bewoog zich met geroutineerde bewegingen rond een paal. Op het einde van haar act bracht ze bij wijze van slotakkoord haar hand voor de plek waar de toeschouwers zich op hadden gefixeerd. Er volgde een instemmend gejoel, waarna de clubbezoekers weer over leken te gaan tot de orde van de dag. Walstra was aan de bar gaan zitten en luisterde naar de zwoele muziek. De vrouw achter de bar glimlachte naar hem met een aan verveling grenzende routine.

"Colaatje graag", zei Walstra. Ze nam hem op met de blik van een keurmeester en gaf hem zijn bestelling. Blijkbaar was hij gewogen en in orde bevonden, want de geroutineerde lach veranderde in een glimlach die spontaan leek. "Cindy", zei ze. Walstra knikte. "Zeg maar Wal", zei hij. "Werk je hier al lang?"

"Weet je geen originelere vragen te bedenken?"

Walstra grijnsde. "Oké", zei hij. "Weet je moeder dat je hier bent?"

Cindy lachte met gierende uithalen. "Jij bent vast geen hoerenloper", zei ze nog nagrinnikend.

Walstra keek haar verbaasd aan. "Hoe zie je dat?"

"Ik heb het vak van m’n moeder geleerd", antwoordde ze. "Ik zag het aan je ogen."

Er volgden nog meerdere stripsessies, waarna de vrouwen zich onder de bezoekers mengden. Af en toe verdween er een klant met een dame aan zijn zijde door een deur naar een aangrenzend vertrek. Cindy had gelijk, hij was geen hoerenloper. Toch kon hij niet ontkennen, dat ook hij zich jaren geleden had laten verleiden. Een klote-ervaring die hij meer als een straf dan als een bevrediging had ervaren.

"Zijn dit allemaal vaste bezoekers?" Cindy knikte. "De meeste wel", zei ze. "En de vrouwen? Wisselt dat veel?" "Nee, dat valt de laatste tijd wel mee. Alleen Wilma is nieuw hier." Ze knikte naar een vrouw die tegenover hem aan de bar zat. "Wil je nog een cola?" "Doe maar," zei Walstra, "en neem zelf ook wat." "Ik heb dit adres van een vriend van me", loog Walstra, nadat hij een toast had uitgebracht. "Hij heeft hier ene Christina ontmoet. Hij was nogal gecharmeerd van haar."

Hij zag Cindy nadenken. "Ik sta hier niet ieder week", zei ze, "maar Christina kan ik me wel herinneren. Volgens mij werkt ze hier niet meer."

Walstra dronk van z’n cola. "Dat zal mijn vriend spijten", zei hij. "Volgens mij was hij stapel op die vrouw."

Cindy keek hem peinzend aan. "Dan moet jouw vriend Sjoerd heten", zei ze plotseling. "Midden dertig en kaal?"

"Klopt", gokte Walstra. "Hoelang is het geleden, dat hij hier is geweest?" Cindy tuitte haar lippen en keek omhoog, alsof ze van boven een antwoord verwachtte. "Volgens mij niet zolang geleden", antwoordde ze aarzelend. "Christina werkte hier toen al niet meer, maar hij vroeg steeds naar haar." Walstra knikte. "Ik zei het toch. Hij was stapel op haar." "Leek me een aardige vent, die Sjoerd. Een beetje een zachte, anders dan Klaas."

Walstra keek haar verbaasd aan. "Klaas?", vroeg hij. "Wie is Klaas?" "Klaas Veldman. Hij is de eigenaar van deze tent. Hij stelde Sjoerd voor als zijn vriend. Wat dus wil zeggen, dat Sjoerd niets hoefde te betalen."

De knipoog die Cindy daar op liet volgen was veelzeggend. "Sjoerd mocht hier dus op kosten van Veldman de beest uithangen?"

Cindy knikte. "Klopt", zei ze. "Maar dat de beest uithangen viel wel mee met Sjoerd. Hij gedroeg zich vrij rustig."

Walstra grijnsde. "We hebben het toch wel over dezelfde Sjoerd?"

Cindy haalde haar schouders omhoog. "Weet ik niet", zei ze. "Ik ken geen achternaam."

De inspecteur verbeet z’n teleurstelling. "En Christina?", vroeg hij. "Wat was zij voor vrouw?"

"Een lieve vrouw, helemaal geen hoer. Ze paste hier niet".

Walstra keek weer naar het podium. Een jonge vrouw stootte onder begeleiding van blikkerige housemuziek tegen de danspaal. "Christina paste hier niet", had Cindy gezegd. Een duidelijker antwoord op zijn vraag had hij niet kunnen krijgen. Wie Cindy met Klaas Veldman had bedoeld was hem duidelijk. Maar Sjoerd? Wie verdomme was Sjoerd?