Hoofdstuk 6 - Verdacht van moord

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Om kwart voor twee werd Sjoerd van Dongen er door zijn chef aan herinnerd, dat hij de wijzigingen voor de nieuwste vinex-locaties naar Den Haag moest faxen. Hij was het glad vergeten. Zoals hij ook zijn afspraak om half twaalf met wethouder Stuurs was vergeten. De wethouder voor ruimtelijke ordening had tien minuten tevergeefs op hem gewacht en had hem zijn nalatigheid niet in dank afgenomen.

Het telefoontje, dat hij vanmorgen van Veldman had gekregen, had van zijn hoofd een draaiende betonmolen gemaakt. De aannemer had hem laten weten dat Christina terecht was. Dat ze haar hadden gevonden, drijvend, tegen een kademuur in het Markermeer. "Dood als een pier, Van Dongen", had Veldman eraan toegevoegd. De laconiek vertelde boodschap had hem braakneigingen bezorgd. Neigingen die onmiddellijk waren verdwenen toen de aannemer hem duidelijk had gemaakt dat hij er meer van moest weten. "Jij was haar laatste klant, Van Dongen! Jij hebt haar het laatst gezien!"

Voordat hij kon vragen wat Veldman daarmee bedoelde, had de aannemer de verbinding verbroken. "Jij hebt haar het laatst gezien." Die woorden gonsden voortdurend door zijn hoofd. Het antwoord op de vraag die hij van plan was geweest aan Veldman te stellen, had hij zichzelf al gegeven. De aannemer verdacht hem van de moord op Christina, zoveel was duidelijk. Meerdere scenario’s waren nadien door zijn hoofd geschoten. De ergste van allemaal was, dat hij straks op zijn werk zou worden opgepakt. Dat hij zou worden gearresteerd op verdenking van moord. Dat hij Helène moest bellen met de vraag of zij Sander van school wilde halen, omdat...... Hij schudde hard met zijn hoofd, alsof hij die afschuwelijke gedachten geen kans wilde geven. Hij moest Veldman zien te bereiken. Hij moest van de aannemer eisen zijn verdenking niet door te spelen naar de politie. Als hij dat wel zou doen, dan zou hij.... Ja, wat zou hij?

Hij dacht koortsachtig na, maar begon steeds meer te beseffen dat niet híj maar Veldman de sterkste troeven in handen had. Eén anoniem telefoontje van Veldman zou voldoende zijn om hem in de problemen te brengen. Ontkennen zou zinloos zijn. Ze zouden hem uitputten. Dóórvragen net zolang tot hij zou capituleren en toe zou geven, dat hij Christina had vermoord. Hij rilde. Er moest wat gebeuren, dacht hij. Maar wat?

Inspecteur Walstra liep te ijsberen door zijn kantoor. Hij dacht aan de aannemer, aan Veldman. Onderzoek had uitgewezen dat het Poolse personeel van Bouwbedrijf Veldman legaal aan het werk was. Anders was het met de werknemers van Diekstra. Diekstra was een onderaannemer. Een soort koppelbaas die regelmatig personeel aan Veldman leverde. Hoewel de rechercheurs van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid er nog geen vinger achter hadden weten te krijgen, voelden ze wel nattigheid. Veldman had tijdens de ondervraging hierover de verbaasde onschuld gespeeld. Maar Walstra had zijn twijfels. Hij vertrouwde de bouwreus niet. Waaròm wist hij niet. Vermoedelijk was het zijn in twintig jaar ontwikkelde intuïtie. Maar rechters hadden geen boodschap aan intuïtie, rechters eisten feiten.

Plotseling werd hij in zijn gedachten gestoord door een klop op de deur. Walstra keek geïrriteerd op. "We hebben interessant nieuws voor je, Wal." Van Diepen had z’n hoofd om de hoek van de deur gestoken, waarop Walstra de brigadier met een ongeduldig gebaar duidelijk maakte dat hij binnen moest komen. "Ik luister, Van Diepen".

"Houd je vast", begon de brigadier. "De vermoorde vrouw die  in het Markermeer is gevonden, heeft dezelfde achternaam als onze verdachte."

"Janovick?" Van Diepen knikte. "Christina Janovick was de jongere zuster van onze verdachte, Peter Janovick. Zij waren broer en zus. Het slachtoffer heette de vriend te zijn van Christina. Maar volgens haar broer had hij het vertrouwen van zijn zus misbruikt door haar hier als prostituee te laten werken."

Walstra was gaan zitten en keek Van Diepen aan, alsof hij er zich van wilde overtuigen dat de brigadier niet hallucineerde.

"Hoe kom jij aan die wijsheid?"

"M’n collega steigerbouwer. Hij kende het slachtoffer. Ik heb zijn vertrouwen gewonnen, doordat ik het voor hem opnam toen de uitvoerder hem ervan beschuldigde de steigerplanken op klink te leggen. Ik had gezien dat de voegers dat hadden gedaan en niet hij." Walstra knikte. Hij begreep niets van steigerplanken op klink, maar dat was ook niet interessant. Als de getuige van Van Diepen de waarheid had gesproken, kon dit een belangrijke doorbraak voor het onderzoek betekenen. Maar had hij dat? En had Van Diepen het allemaal wel goed gehoord?

"Kon jij die man verstaan dan?", vroeg hij argwanend.

Van Diepen knikte. "Hij sprak Duits", verklaarde de brigadier. "Ik beheers die taal goed, want mijn moeder was Duitse." Walstra pakte z’n pakje shag en begon te rollen. Z’n handen waren klam. Van Diepen had het dus goed verstaan. Christina Janovick was een prostituee. Tegen wil en dank? Hij streek met z’n tong over de gom van het vloeitje en bezwoer zichzelf daar achter te komen.