Hoofdstuk 5 - Er valt nog een dode

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

"Dood?" Brigadier Rood knikte. "Hij is onderweg naar het ziekenhuis aan zijn verwondingen bezweken." Walstra vloekte en liep naar het raam. "Waar ging die ruzie over?", wilde hij weten. Rood haalde zijn schouders op. "Onduidelijk", zei hij. "Het waren Tsjechen. De metselaars, die in de buurt aan het werk waren, konden het niet verstaan." Walstra draaide zich om en keek naar Van Diepen. "Waar was jij op dat moment?" "Ik was juist op weg naar de loods. De isolatie was op, ik moest nieuwe halen.".Walstra begon een shagje te draaien.

"Wat gebeurt er met Janovick?", vroeg Rood. "Janovick zit in verhoor drie", antwoordde de inspecteur. "Er wordt bekeken of zijn papieren in orde zijn, daarna zal hij worden voorgeleid aan de officier en worden vervolgd wegens doodslag." Rood knikte. "De voorman van de steigerbouwers denkt dat die Tsjechen hier illegaal zijn", zei hij.

"Waar baseert die man dat op?", vroeg Walstra terwijl hij de rook tegen het raam blies. "Ze werken voor een onderaannemer, ene Diekstra. Volgens de voorman verandert die ploeg steeds van samenstelling. Telkens wanneer hij die lui een beetje begint te kennen, komen er weer nieuwe gezichten." Van Diepen krabde zich op z’n achterhoofd. "Weet je wat ik zo vreemd vind?", vroeg hij ineens.

Walstra keerde zich van het raam af en keek de brigadier vragend aan. "Die man", vervolgde Van Diepen, "die Janovick dus, heb ik niet eerder op de bouwplaats gezien, ook niet tijdens de schaft." Rood knikte. "Nu je het zegt," zei hij, "ik ook niet. Hij droeg ook geen helm."

Walstra maakte een wuivend gebaar met zijn hand. "Is dat zo belangrijk?", vroeg hij. Van Diepen wilde antwoorden, maar werd onderbroken door een klop op de deur. Een ogenblik later verscheen de machtige gestalte van Van Eibergen in de deuropening. Met een dwingend gebaar maakte de commissaris Walstra duidelijk, dat hij onmiddellijk naar zijn kantoor moest komen.

"Ik wil je voorstellen aan de heer Veldman", zei Van Eibergen. "De heer Veldman is projectontwikkelaar en eigenaar van bouwmaatschappij Veldman BV. Hij hoorde van het treurige voorval op zijn werk en is hier voor nadere informatie." De inspecteur accepteerde de uitgestoken hand van Veldman. Waar hij een krachtige handdruk van de bouwreus verwachtte, werd hij verrast door het tegendeel. De hand van Veldman voelde slap aan en het viel Walstra op dat de man transpireerde, wat hem bevreemdde bij de huidige buitentemperatuur.

"Neemt u mij niet kwalijk", begon Veldman. "Dit is voor het eerst dat ik word geconfronteerd met een dergelijk incident. Ik heb begrepen dat een gedeelte van de bouwplaats moest worden afgezet voor sporenonderzoek, maar ik mag toch hopen dat er morgen weer gewoon gebouwd kan worden." Walstra haalde zijn pakje shag uit de zak van zijn colbert en begon tergend langzaam een shagje te draaien. De handdruk en de outfit van de aannemer hadden hem al tegengestaan. Maar de glimlach tijdens het uitspreken van zijn hoop dat er morgen weer gebouwd mocht worden, was doorslaggevend geweest. Hij mocht Veldman niet.

"Kende u het slachtoffer?" vroeg Walstra, nadat hij zijn meesterwerk in brand had gestoken.

Veldman schudde zijn hoofd en keek de inspecteur verbaasd aan. "Er werken zeshonderd man binnen mijn onderneming", zei hij. "U verwacht toch niet van mij, dat ik al die mensen persoonlijk ken?"

Walstra negeerde de opmerking en keek de aannemer onderzoekend aan. De man droeg een lange zwarte jas en een witte sjaal. Hij had het postuur van André Hazes en Walstra schatte dat ook zijn leeftijd in de buurt van die van de volkszanger moest zitten. Maar waar Hazes nog een weelderige haardos bezat, was Veldman zo kaal als een biljartbal. Walstra verwonderde zich dan ook over de eigenaardige gewoonte van de aannemer om met regelmaat zijn gespreide vingers over zijn schedel te laten glijden. Alsof hij op een wonder wachtte. Of was de bouwreus gewoon zenuwachtig?

"Het slachtoffer is een Tsjechische arbeider", zei Walstra. "Op dit moment wordt nagetrokken of zijn papieren in orde zijn, maar wellicht dat u een voorschot op de uitslag kunt geven. Het zou ons een hoop tijd schelen." De ogen van Veldman vernauwden zich. Hij keek van Walstra naar Van Eibergen, alsof hij verwachtte dat de commissaris zijn inspecteur tot de orde zou roepen. Maar Van Eibergen zweeg.

"Ik begrijp niet wat u bedoelt, inspecteur." Walstra blies kleine kringetjes rook de ruimte in en keek Veldman met gespeelde arrogantie aan. "Weet u, meneer Veldman", zei hij kalm. "Wij zitten krap in onze tijd. Uw hulp zou ons zeer welkom zijn. Er is namelijk nog een moordzaak die ons bezighoudt."

Veldman trok zijn wenkbrauwen omhoog. "Nòg een moordzaak?" De inspecteur knikte. Hij haalde de foto van de vermoorde vrouw uit de binnenzak van zijn colbert en liet hem aan Veldman zien. "Van korte afstand door haar hoofd geschoten", zei hij. "Vermoedelijk een Tsjechische."

De aannemer bekeek de foto, maar gaf geen krimp. "Zonde", zei hij. "Leek me een mooie vrouw…."