Hoofdstuk 4 - Rumoer op de bouwplaats

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Sjoerd van Dongen trok de zonneklep van zijn auto omlaag. De laagstaande februarizon verblindde hem. Hij vloekte inwendig en keek gespannen op het digitale klokje. Acht uur achtenvijftig en twee graden onder nul, las hij gehaast. Hij was laat. Helčne had hem gevraagd Jasper naar school te brengen. Zijzelf wilde bij Martine blijven. Martine was ziek, grieperig.

Hij was het met Helčne eens geweest, dat het niet verantwoord zou zijn hun dochter naar school te laten gaan. Aan Jasper had hij gemerkt, dat die het leuk vond nu eens door zijn vader naar school te worden gebracht. Zijn zoon had hem zelfs gevraagd de klas mee in te gaan om zijn werkstuk over de winter te laten zien. Hij had moeite gehad om zijn ontroering meester te blijven toen hij de tekening zag. Een onbeholpen schets van een figuur die een slee voorttrok. Op de slee zat een jongetje, of eigenlijk waren het niet meer dan twee rondjes en vier streepjes, maar de boodschap was duidelijk: vader en zoon, geďnspireerd op een belevenis van twee weken geleden.

Steeds nadrukkelijker besefte hij dat hij een punt moest zetten achter dat gedoe met die Christina. Achteraf bezien moest hij zich gelukkig prijzen haar na die ene keer niet meer te hebben gezien. Het was het allemaal niet waard. Hij zou ook Veldman duidelijk moeten maken, dat hij niet meer op zijn hulp behoefde te rekenen. Het was over! Einde dilemma! Voldaan over dit besluit zette hij de radio aan voor het nieuws. Er moest nog meer bezuinigd worden, volgens minister Zalm. De belastingdruk zou worden opgevoerd en ook zou de discussie worden geopend over de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Even was daar weer het dilemma. Veldman had hem een lucratief bod gedaan als hij hem als eerste de nieuwste bouwlocaties wist door te spelen, maar hij vermande zich. Het moest over zijn! Desnoods zou hij kleiner gaan wonen.

Het laatste nieuwsbericht ontging hem door een plotseling overstekend kind. Om een aanrijding te voorkomen, moest hij boven op zijn rem gaan staan. Hij hoorde alleen nog "dat de politie er zeker van was dat de vrouw door een misdrijf om het leven was gekomen". Daarna zette hij de radio uit. Hij had het kind niet geraakt en slaakte een zucht van verlichting…

Rood en Van Diepen waren begonnen op een woningbouwproject in plan-West. Op deze locatie werden tweehonderd woningen gebouwd door projectontwikkelaar en aannemersbedrijf Veldman. Het bouwbedrijf was bezig aan de laatste fase van vijftig woningen. De binnenmuren, die waren opgetrokken uit kalkzandsteenelementen, waren grotendeels klaar en de metselaars waren nu volop bezig met de buitenmuren. Rood had van de uitvoerder opdracht gekregen de steigerbouwers te assisteren en Van Diepen moest vóór de metselaars uit de isolatie tegen de binnenmuren aanbrengen.

Rood vervloekte het werk. De zes meter lange, stalen steigerpijpen waren loodzwaar en bleven bijna vastgevroren aan zijn blote handen plakken. Morgen zou hij handschoenen meenemen.

De mannen, die hij moest helpen, waren grotendeels Polen, waardoor communicatie nauwelijks mogelijk was. Met jaloerse blikken keek hij naar zijn collega die fluitend bezig was de gele isolatiedekens op de uitstekende spouwhaken te drukken. Rood begreep niet hoe de Poolse steigerbouwers dit zware werk de hele dag konden volhouden. Het was nu half twaalf en hij zat er al helemaal doorheen.

Uit de eerste gesprekken, die ze tijdens de schaft met meerdere bouwvakkers hadden gehad, was duidelijk geworden dat er met de Poolse arbeiders op deze bouwplaats niets aan de hand was. Ze waren hier volkomen legaal aan het werk. Klaas, de voorman-steigerbouwer, had hem verzekerd dat de Poolse steigerbouwers gewoon volgens de bouw-CAO werden betaald. Anders was het volgens hem met de Wit-Russen en de Tsjechen die hier via een onderaannemer aan het werk waren. "Ik zie steeds verschillende gezichten", had hij gezegd. "Dat vertrouw ik niet."

Terwijl Rood met een steigerpijp op zijn schouder naar de kopgevel liep, hoorde hij achter zich plotseling een hoop kabaal. Door de pijp op zijn schouder kon hij nauwelijks omkijken, maar aan de geluiden te horen ging het om een ruzie die behoorlijk uit de hand dreigde te lopen. Pas nadat hij de pijp tegen de kopgevel had geplaatst, draaide hij zich om. Het rumoer was intussen verstomd maar er stond nog wel een groepje bouwvakkers. Tussen hen in lag een man op de grond. Rood liep erop af. Hij zag hoe de man op de grond moeite deed om overeind te komen. Tegenover hem werd een andere man door twee bouwvakkers in de houdgreep gehouden. Rood zag dat het de man niet lukte om zich op te richten; hij viel weer terug op het beton. Uit zijn rechterslaap gutste bloed.

"Bel een ambulance", schreeuwde Rood naar Van Diepen die van de ander kant aan kwam lopen. Daarna boog hij zich over het slachtoffer. De man draaide met zijn ogen en legde een vinger op zijn tong, alsof hij iets wilde zeggen. Rood boog zich dieper naar hem toe, maar het lukte de man niet om een woord uit te brengen…