Hoofdstuk 2 - Een schokkende ervaring

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Van Deutekom stond hoofdschuddend op. "Mooie vrouw geweest", zei hij somber. "Zes-, hooguit zevenentwintig jaar. Ze is van korte afstand door d’r hoofd geschoten. Afgemaakt, als hinderlijk ongedierte." Inspecteur Walstra knikte. Hij voelde een koude rilling langs zijn rug glijden. "Hoelang geleden dokter?", vroeg hij aan de schouwarts. Van Deutekom haalde zijn schouders op. "Daar kan ik nog weinig over zeggen", zei hij. "Hooguit twee dagen, schat ik, maar best mogelijk dat de lage temperaturen het beeld vertekenen."

Walstra maakte een paar notities en boog zich daarna over het slachtoffer. Van Deutekom had gelijk, zag hij. Mooie vrouw geweest. Geen Hollandse. Ze had hoge, Slavische jukbeenderen. Het voormalig Oostblok, gokte hij. Polen, Tsjechië, Wit-Rusland. Zoiets.

"Ga eens een stap opzij, Wal", hoorde hij achter zich. "Zo kan ik geen foto’s maken." Walstra deed een stap naar achteren om de politiefotograaf de gelegenheid te geven zijn plaatjes te schieten. Ondertussen liep hij naar de bouwkeet om de twee metselaars, die het slachtoffer hadden ontdekt, nog een paar vragen te stellen, hoewel hij niet verwachtte dat hun antwoorden hem verder zouden brengen.

De jongste van de twee mannen zat nog rillend aan tafel. Walstra begreep dat het zinloos zou zijn het woord tot hem te richten en vroeg diens oudere collega of hij in staat was een paar vragen te beantwoorden. De man die zich had voorgesteld als Simon knikte. Walstra keek om zich heen en vroeg de metselaars of zij er bezwaar tegen hadden dat hij rookte. De mannen schudden hun hoofd, waarop de inspecteur met het geduld van een Tibetaanse monnik een zware Brandaris begon te draaien. Daarna bood hij Simon en Johan zijn pakje shag aan. De metselaars bedankten en Simon wees hem daarbij op de nadrukkelijk vermelde boodschap: Roken is dodelijk.

"Politieman zijn ook", reageerde Walstra cynisch, terwijl hij zijn shagje in de brand stak. Daarna stelde hij de gebruikelijke vragen. Zodra hij tijdstippen en omstandigheden nauwkeurig had genoteerd, keek hij de metselaars scherp aan. "Jullie hebben het slachtoffer gezien", zei hij. "Dat moet voor jullie een schokkende ervaring zijn geweest." De metselaars leken om het hardst te knikken. "Hebben jullie de vrouw hier eerder in de buurt gezien?", vroeg Walstra. "Ik weet zeker van niet", antwoordde Johan, "anders had ik me haar beslist herinnerd." Walstra knikte begrijpend en keek vervolgens naar Johan's maat. Simon schudde zijn hoofd. "Nee", zei hij beslist.

Sjoerd van Dongen was katterig opgestaan. Helène was al uit bed. Op weg naar de badkamer hoorde hij hoe de kinderen ruzie maakten over het laatste restje pindakaas. Ruzie. Dat had hij ook gehad, het hele weekend maar niet over pindakaas. Helène was niet in zijn smoesje van de mist getrapt. "Wordt het niet eens tijd, dat je open kaart met me speelt?" had ze hem gevraagd. Zijn onnozele: "Hoe bedoel je?", had geen indruk op haar gemaakt. Ze had doorgedramd. Hem gezegd dat ze niet langer meer zijn goedkope smoesjes zou slikken en ze had de volle waarheid van hem geëist. Uiteindelijk had hij haar een verhaal op de mouw gespeld waarvan hij nog steeds niet begreep met welk gemak ze dat had geslikt.

Hij was medewerker op de afdeling stadsontwikkeling van de gemeente Hoorn en had het op zijn werk gegooid. Miscalculaties, door zijn toedoen. Verkeerde prognoses gesteld. Kavelverdeling niet in de juiste verhoudingen weergegeven. Een presentatie van de plannen volgende week aan de gemeenteraad. Om zijn fouten te herstellen moest hij zowat dubbele uren draaien. Het leek dat ze er was ingetrapt. Ze had hem gezegd alle begrip te hebben en daaraan toegevoegd, dat hij dit soort problemen voortaan ook met haar moest bespreken. "Ik ben je vrouw, Sjoerd", had ze gezegd. "Jouw probleem is ook mijn probleem." Maar zo simpel lag het allemaal niet, bedacht hij zuchtend.

Terwijl hij het scheermes over zijn kin trok, dacht hij weer aan Christina. Hij zou van Veldman eisen dat hij hem haar woon- of verblijfplaats zou geven. Als de aannemer niet meewerkte, zou hij dreigen met de politie. Veldman moest niet denken, dat hij door het gratis plaatsen van een serre alles kon maken. Tenslotte was hij ook van hèm afhankelijk. Wanneer hij Veldman geen locaties meer doorspeelde, kon de aannemer het wel vergeten.

Tevreden over deze gedachte spoelde hij zijn scheermes schoon en trok het mes over zijn rechterwang. "Godverdomme!" Geschrokken keek hij in de spiegel. Het bloed gutste de wasbak in. Hij keek om zich heen en greep naar zijn wang om het bloed te stelpen. Helène stond met ontbloot bovenlijf in de deuropening. "Wat is er schat?", vroeg ze bezorgd.

Verdwaasd keek hij haar aan en wees met zijn scheermes naar zijn rechterwang. Daarna keek hij weer in de spiegel. Ze ging achter hem staan en sloeg haar armen om zijn middel. Haar kleine borsten prikten in z’n rug. Beneden hoorde hij zijn dochter Martine huilen. Zijn zoon Jasper schreeuwde naar boven, dat hij door papa naar school gebracht wilde worden. Ineens voelde hij spijt. Waar was hij in godsnaam mee bezig? Het moest over zijn. Christina moest voorgoed uit zijn leven verdwijnen.…