Hoofdstuk 10 - Ontknoping op de bouwplaats

SPECIALE UITGAVE FNV BOUW MAGAZINE

‘DILEMMA’, EEN THRILLER IN TIEN HOOFDSTUKKEN DIE SPEELT IN HET BOUWMILIEU, WERD SPECIAAL VOOR FNV BOUW MAGAZINE GESCHREVEN DOOR METSELAAR EN MISDAADAUTEUR GERARD NANNE.

ILLUSTRATIES SEVEN’S HEAVEN.

Enorme wolken, zwaar van de regen, dreven dreigend langs een sombere hemel. Ze versnelde haar pas om voor de verwachte bui het gebouw te betreden. Hijgend stapte ze naar binnen. De ontvangstruimte had het formaat van een tennisveld, waarvan de vloer was bekleed met marmer. Achter het bordeauxrode bureau zat een vrouw die ongeveer van haar leeftijd zou kunnen zijn. De vrouw had haar binnenkomst niet opgemerkt, maar de plotseling losbarstende onweersbui deed haar verschrikt opkijken. "Godsamme!," riep ze onthutst, "ik schrok me een ongeluk. Waar komt u zo plotseling vandaan?"

Uit de hemel, dacht ze. Ik ben door God gezonden om recht te doen. Maar ze antwoordde glimlachend: "Ik stapte net voor de bui naar binnen, maar blijkbaar was u te druk met uw werkzaamheden om mij op te merken. Ik heb een afspraak met de heer Veldman."

"Mevrouw Bohrman?"

"Dat klopt, ja."

"U had belangstelling om een kantoorruimte te huren?"

Ze knikte zelfverzekerd.

"Mijnheer Veldman verwacht u", vervolgde de vrouw. "Loopt u maar even met me mee."

Rond de bouwplaats van nieuwe kantorencomplexen aan de buitenkant van de stad heerste grote bedrijvigheid. Bouwkranen draaiden hun halve cirkels boven de in aanbouw zijnde kantoren en bevoorraadden onafgebroken de bouwplaatsen met de benodigde materialen. Ze stond op de bovenste etage van een net opgeleverd gebouw en luisterde naar het gezemel van de nietsontziende hufter die de zwakte van haar geliefde had uitgebuit. Sjoerd was niet sterk, dat had ze al langer geweten. Toch was ze geschrokken toen op een dag die vrouw hem op zijn mobiel had gebeld. Sjoerd zelf was in de garage bezig geweest. Ze had het nummer niet herkend en haar nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. De vrouw had met een Duits accent gesproken en er had angst in haar stem geklonken. "Ik ben het liefste," had ze gezegd, "Christina". Daarna volgde die gil, en dat schot. Verlamd van schrik had ze de verbinding verbroken.

"Wat vindt u ervan?", onderbrak Veldman haar gedachten.

Ze keek op haar horloge en knikte. "Precies wat ik zoek", zei ze. "Maar u had het zojuist over een dakterras", vervolgde ze kalm. "Mag ik dat nog even zien?"

"Vanzelfsprekend", zei hij. "Komt u maar mee."

Het waaide hard en door de geluiden van bouwactiviteiten kon ze zich nauwelijks verstaanbaar maken. "Ik zou wel willen dat de randbeveiliging hoger wordt opgetrokken", riep ze luid. "Ik moet er niet aan denken dat een van mijn medewerkers straks een doodsmak maakt."

Veldman schudde z’n hoofd. "Voorgeschreven hoogte", zei hij. "Daar mag ik niets aan veranderen."

"En u houdt zich altijd aan de voorschriften?"

Veldman toonde een glimlach. "Ik begrijp niet wat u bedoelt", zei hij. Ze kamde met haar vingers het in haar gezicht gewaaide haar naar achteren en glimlachte terug. Zonder zich af te vragen waarom zag ze hoe een van de bouwkranen door zijn halve cirkel draaide."Volgens mij begrijpt u dat heel goed", zei ze rustig. "Of valt vrouwenhandel volgens u nog binnen de voorschriften?"

De glimlach van Veldman veranderde in een afschuwelijke grimas. "Wie ben jij verdomme!", beet hij haar toe. Ze had een pistool uit haar handtas getrokken en richtte de loop op de aannemer."Laten we het er voorlopig maar op houden dat ik een vriendin van Christina was", zei ze.

De snelheid waarmee Veldman zich liet vallen om vervolgens met zijn rechtervoet het pistool uit haar handen te trappen, overviel haar compleet. Verrast door deze katachtige actie van haar tegenstander, bleef ze als verlamd naar de grond kijken. Terwijl de bouwkraan tergend langzaam richting terras draaide, verwenste ze zichzelf. Ze had de raad van Sjoerd om de politie te waarschuwen niet moeten negeren. Veldman stond net zo snel op als hij zich had laten vallen en hield op 2 meter afstand het pistool op haar gericht. "Ik heb die hoer vermoord om haar het zwijgen op te leggen", blafte hij. "Ik heb er dus geen moeite mee om met jou hetzelfde te doen."

Ze voelde hoe de angst haar verlamde. Straks zouden ze haar kapotgeschoten lichaam op het terras aantreffen en zou ze de geschiedenis ingaan als een idioot. Een idioot die zonodig de held wilde uithangen.

"Wat heeft die hoer jou verteld?", snauwde hij.

"Alles."

"Zoals?"

"Alles over Van Dongen. Alles over jouw vrouwenhandel."

Het was harder gaan waaien en soms waren er windstoten. Ze zag de bouwkraan naar de achterkant van het terras draaien. Een grote kubel slingerde vervaarlijk heen en weer. Veldman kwam op haar aflopen. "Wat weet jij over Van Dongen?", siste hij, terwijl hij het wapen tegen haar linkerborst drukte.

"Sjoerd is mijn man", bekende ze mat. Veldman grijnsde.

"Van Dongen is jouw man?", vroeg hij spottend.

Ze knikte en zag hoe de grijns van de aannemer zich verbreedde. "Je had gelijk", hoorde ze hem zeggen. "De randbeveiliging is inderdaad wat aan de lage kant. Een mens zou er zomaar overheen kunnen vallen." Hij lachte luid en deed een stap naar achteren. "Draai je om," blafte hij, "en loop langzaam naar de balustrade."

Nog één keer zag ze zijn afschuwelijke grijns. Haar spel was gespeeld, besefte ze. Het was einde oefening. Ze sloot haar ogen en draaide zich rillend om. Daarna ging alles razendsnel. Toen ze de schoten hoorde, keek ze geschrokken om. Veldman lag kermend op de vloer. Sporen van bloed drongen onmiddellijk in de terrastegels. De grijns was verdwenen.

Naast haar kwam een man staan die zich voorstelde als inspecteur Walstra. Z’n kleding was besmeurd met cement. Ze begreep niets van de kalmte, waarmee de man zijn shagje rolde.

"Uw man heeft me gebeld", zei hij. "Hij vertelde me dat zijn keuze om mij te waarschuwen een groot dilemma voor hem was."

Ze zag hoe de kubel weer de lucht in werd gehesen en knikte. Maar deze keer, dacht ze heimelijk, had hij de juiste keuze gemaakt.