Column 3 - Bericht van een leesclubje

In het voorjaar van 2006 werd ik verrast door een brief van een lezeres. Voor het eerst leek mij de eer te beurt te vallen de grond te worden ingetrapt. Hoe ik het in mijn botte hersens haalde mijn boek het eenvoudige predikaat misdaadroman mee te geven?, vroeg de vrouw die niet schroomde te laten weten zevenenvijftig jaar oud te zijn, zich verontrust af.

Het, naar haar mening, hoge literaire gehalte in mijn verhaal bleek haar een boom in het oog. Ze voelde zich misleid. Bovendien vond ze de dialogen zo vlot geschreven dat het haar nogal on-Nederlands voorkwam. Marga, zo heette mijn fan dus, beschuldigde mij dan ook schaamteloos van oplichting. In het leesclubje, waar mijn briefschrijfster zitting in had, bleek mijn boek vier uur lang het onderwerp van een verhitte discussie te zijn geweest. Toegegeven, ik moest de brief een aantal keren lezen eer ik de strekking van haar betoog een plaats kon geven.

Marga bleek al jarenlang lid te zijn van het leesclubje genaamd Egter, bestaande uit vijf dames en een heer. Vanaf de oprichting hadden zij de gewoonte om drie, zoals Marga dat noemde ‘zware boeken’, af te wisselen met wat lichtvoetige lectuur. Bij de keuze van mijn boek doorbraken ze een jarenlange traditie door af te stappen van hun vaste auteur A.C. Baantjer. Waar Marga van mening was met mijn boek een Baantjer-gerelateerd werk in handen te hebben werd ze overvallen door een inhoud die niets van doen had met de haar verwachte lichtvoetigheid.

Op de avond, waarop de bespreking van mijn werk plaatsvond, heerste er een ongewone spanning. Het was de gewoonte dat de gastvrouw of heer de discussie zou openen. Het woord was aan Marga. Door allerlei omstandigheden was mijn briefschrijfster er nauwelijks toe gekomen mijn boek de aandacht te geven die het achteraf verdiende. Marga had volstaan met de laatste bladzijde te lezen en vertelde haar clubgenoten verrast te zijn door de ontknoping en de prettige schrijfstijl van de auteur. Daarna wilde ze opstaan om het gezelschap de gebruikelijke koffie met speculaas te presenteren. Maar het kabaal, dat voor Marga als de jongste dag had geklonken, weerhield haar daarvan. Het gebrek aan respect voor een schrijver die haar medelezers als geniaal en revolutionair betitelden, werd haar niet zachtzinnig onder de neus gewreven.

Termen als cultuurbarbarisme werden haar niet zachtzinnig onder de neus gewreven. Na een verhitte discussie van vier uur werd er op die gedenkwaardige avond besloten mijn briefschrijfster te royeren en de oorspronkelijk Nederlandse misdaadroman een vaste plek in hun kring te geven. Marga sloot haar brief als volgt af: Uw boek is de oorzaak van alles. Als genoegdoening verzoek ik u uw complete werk, door u gesigneerd, aan mij toe te sturen.

Een verzoek waar ik spontaan aan voldeed.

 

Gerard Nanne.

 

Up ] Column 1 ] Column 2 ] [ Column 3 ]